Getuigenissen

Hieronder vindt u ervaringen van asielzoekers en ingezetenen met het Nederlandse asielbeleid.

Hermela Desale

Hermela heeft ouders met verschillende nationaliteiten. Haar moeder is Ethiopisch en haar vader Eritrees. Deze landen hebben langdurige oorlogen met elkaar gevoerd. Hierdoor is het voor Hermela vrijwel onmogelijk om terug te keren naar Ethiopië. Als Hermela zich bij de Eritreese en Ethiopische ambassades meldt, levert dit weinig op. De Ethiopische autoriteiten verwijzen haar door naar de Eritreese overheid, vanwege de afkomst van haar vader, en de Eritreese autoriteiten verwijzen haar terug naar de Ethiopische ambassade, omdat ze daar geboren is. In feite is Hermela hierdoor in geen enkel land welkom. Een uitgeprocedeerd meisje kan niet terug keren naar haar geboorteland. Ook in Nederland is Hermela niet welkom. Lees verder op de website: Hermela blijft

 

Getuigenissen uit e-mailcorrespondentie: klik hier.

Getuigenis van Eelke Visser (huize Plexat) Lees zijn brieven aan de Tweede Kamer en minister Verdonk over de verdwenen asielzoekerskinderen en de gezinnen Dragan Stojic en Samira Lukavica.

 

Geen besef van angst

Nederlands Dagblad, 7 april 2006, door Imja Nyznayu

Na een lange rondreis langs verschillende hulpverleningsprojecten is het altijd weer fijn om thuis te komen in het vrije Nederland. Er ligt dan meestal ook een hele stapel kranten te wachten. Je loopt dan wat achter de feiten aan. Maar het voordeel is dat je bepaalde gebeurtenissen snel als een vervolgverhaal kunt lezen, terwijl je anders altijd een dag moet wachten voordat er weer een nieuwe krant is.

Nietsvermoedend begon ik zo aan de kranten van de afgelopen weken. Natuurlijk werd mijn aandacht getrokken door wat er in de afgelopen tijd gebeurd is met mensen uit Syrië en Iran. Als je regelmatig reist in landen van waaruit mensen wegvluchten, word je aandacht als vanzelf naar die onderwerpen getrokken. Eerlijk gezegd duizelt het me dan als ik lees en herlees welk drama zich in Nederland voltrokken heeft.

In verschillende landen worden mensen om niets gemarteld en bedreigd. Als je, om welke onbenullige reden dan ook, in de picture bent geraakt, zal angst je leven gaan beheersen. Elk moment kan de geheime politie bij je op de stoep staan en verdwijn je. Mensen die in staat zijn om het land te ontvluchten, worden vaak openbaar aangeklaagd en beschuldigd van landverraad. Familie wordt opgepakt en verhoord. Ik heb meegemaakt dat in zo'n land bij het opsporingsbevel gedreigd werd: we zullen ze vinden en terugbrengen, ook al zitten ze aan het eind van de aarde.

Als het 'vergrijp' de bekering van de islam tot Christus was en je wist dat deze mensen West-Europa (of Amerika) bereikt hadden, dan haalde je opgelucht adem. Daar zijn ze immers veilig voor hun achtervolgers. Zo dacht ik althans. De gebeurtenissen van de afgelopen maand deden mij echter de koude rillingen over de rug lopen. Ik kan nog steeds niet geloven dat in Nederland slachtoffers en hun bedreigers, zonder enige bescherming samen in één kamer gezet worden voor - wat ongetwijfeld ervaren wordt als - een verhoor.

Wie hier de leiding van heeft, heeft geen enkel besef van angst, ja doodsangst, van mensen. Maar die heeft ook geen enkel besef van de structuren in een schurkenstaat als Syrië. Alles en iedereen die ook maar enigszins gelieerd is aan de overheid, zit vast aan de Mukhabarat, de geheime politie. In ieder overheidsapparaat heeft de Mukhabarat de ultieme vinger aan de pols. Als het niet te treurig was om over te praten, dan zou je je tranen kunnen lachen alleen al om het idee aan de Syrische ambassade te vragen of het wel 'goede lieden' zijn die in de delegatie naar Nederland komen. Als het inderdaad waar is dat de beruchte leider van de Fera-Falastyn martelgevangenis, Yussif Hamdan, naar Nederland is gekomen als delegatielid, vraag ik me af waarom deze man niet direct is opgepakt en aangeklaagd voor een internationaal gerechtshof vanwege misdaden tegen de menselijkheid. Het is alsof Hermann Göring in 1939 naar Nederland uitgenodigd wordt om erover te praten of de uit Duitsland gevluchte joden teruggebracht mogen worden.
Lees verder in het Nederlands Dagblad...

 

Verslag wake UC - Zeist te Soesterberg 2 april 2006
Ik ben daar binnen geweest. Je moet langs drie controle-posten en wordt met een busje naar het illegalen-blok gebracht. Daaromheen ligt twee rijen breed en drie rollen hoog scheermesdraad (dus circa 5 meter diep en 5 meter hoog). Het doet denken aan een zwaar beveiligd militair complex in oorlogstijd. Voor de ramen zitten geen tralies maar een soort roosters van 15 cm brede stalen profielen met punten. Overigens is het nog een verademing om hier te komen wanneer je zojuist twee maanden in een uitzetcentrum hebt gezeten. Ik ben ook daar binnen geweest. De bewoners zeggen dat het er ruikt naar de dood en naar urine omdat veel mensen in hun broek plassen van angst omdat 's-nachts onaangekondigd de uitzetcommando's langs de deuren gaan om depo's te separeren in de separatie- afdeling. Het is dan een gekrijs van jewelste. Op de separatie wordt de volgende ochtend de bloeddruk opgemeten om er zeker van te zijn dat ze de uitzetting overleven.
JanBerend

 

Youssouf gaat liever dood dan dat hij teruggaat naar Angola
Getuigenis oorspronkelijk gepubliceerd in de Volkskrant als onderdeel van het artikel Medisch toerisme? Een fabel, door Kim van Keken, 18-02-2006.

Youssouf wordt uitgelachen door andere bewoners van het asielzoekerscentrum. 'Hij denkt dat de Angolese mensen het op hem hebben gemunt en hem komen vermoorden. De laatste tijd zit hij op de kamer met een mes bij zich. Als hij de mensen ziet, steekt hij om zich te verdedigen, maar altijd blijkt hij in de muur te steken.'

Dat staat in de indicatie van oktober 2003 van de Stichting Centrum '45. 'De lijdensdruk is groot, de cliënt lijkt wanhopig en vraagt nadrukkelijk hulp', stelt de psychiater van het expertisecentrum. De uitgeprocedeerde asielzoeker Youssouf (35) is psychotisch en suïcidaal. Hij gaat liever dood dan terug naar Angola, zegt hij steeds.

In juli 2005 stelt het Bureau Medische Advisering (BMA) van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een onderzoek in. De arts vraagt informatie aan een sociaal geneeskundige van het asielzoekerscentrum. Daar blijft het bij, de arts ziet Youssouf niet, maar stelt wel een diagnose op basis van de gegevens die hem zijn toegezonden.

Youssouf, schrijft de arts, heeft een posttraumatische stressstoornis en heeft psychotische klachten na de moord op zijn vader in Angola. Hij is naar Nederland gevlucht en heeft vrouw en kinderen achter gelaten. 'In 2004 bestond een indicatie voor klinische behandeling, die betrokkene niet benutte en was betrokkene in psychotische toestand in de weer met messen.'

De Angolees moet langdurig behandeld worden, meldt het BMA. Het staken van een behandeling kan leiden tot een medische noodsituatie. Na onderzoek concludeert de arts dat de mogelijkheden voor psychiatrische behandeling in Angola onvoldoende zijn. Ook kampt het land met tekorten aan medicijnen.

Desondanks, meent de arts dat Youssouf in staat is te reizen. Wel is de voortzetting van de medicatie noodzakelijk.

De IND wijst op basis van de informatie een verblijfsvergunning af, ook al is duidelijk dat Youssouf geen goede behandeling krijgt in Angola.

Momenteel verblijft Youssouf in een asielzoekerscentrum. Eigenlijk heeft hij geen recht op opvang, maar de sociaal geneeskundige vindt het medisch onverantwoord de man op straat te zetten. De hulpverleners van Youssouf weten niet wat ze moeten doen, de situatie verslechtert. Youssouf is uitgeprocedeerd en moet of op het vliegtuig ('dan pleeg ik zelfmoord') of in de illegaliteit. Een woordvoerder van de IND laat weten wegens privacy niet te kunnen reageren op de zaak.

 

De formulieren blijven komen, maar Asatrjan is al overleden
Getuigenis oorspronkelijk gepubliceerd in de Volkskrant als onderdeel van het artikel Medisch toerisme? Een fabel, door Kim van Keken, 18-02-2006.

De bejaarde broeders van het klooster bij Nijmegen kunnen de zorg voor de 63-jarige leverpatiënt Gagik Asatrjan niet meer aan. Andere opvang is niet voorhanden. De uitgeprocedeerde asielzoeker uit Armenië is niet verzekerd en kan de kosten van een verzorgingshuis niet betalen. Een paar jaar geleden is Asatrjan uit het asielzoekerscentrum gezet. Hij kreeg geen verblijfsvergunning, en dus ook geen recht op opvang. Zijn medische toestand verslechterde. Zijn advocaat deed een aanvraag voor een verblijf op medische gronden.

Op 6 februari 2002 concludeerde het Bureau Medische Advisering (BMA) van het ministerie van Justitie dat Asatrjan ernstige leverstoornissen heeft met een slechte prognose. 'Er is sprake van een medische noodsituatie.'

Desondanks stelde de arts dat de leverpatiënt 'onder bepaalde condities' kan reizen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gaf de Armeniër daarom geen verblijfsstatus. Wie kan reizen, moet weg. Wie dat niet kan, mag blijven.

Terwijl de patiënt op straat staat, breekt een juridische strijd los. De stichting Gast, die vreemdelingen helpt, regelt opvang in een klooster.

De situatie van de Armeniër gaat snel achteruit. Hij belandt steeds in het ziekenhuis en daar zeggen de artsen dat een levertransplantatie de enig juiste behandeling is. Asatrjan is onverzekerd en komt daarom niet op de wachtlijst voor transplantatie.

In een nieuw advies van de BMA wordt gemeld dat de levertransplantatie in Armenië niet wordt uitgevoerd. Toch krijgt de man geen vergunning, omdat hij een machtiging tot voorlopig verblijf moet aanvragen bij de Nederlandse ambassade in Armenië.

Formulieren gaan over en weer. Volgens de betrokkenen (artsen, juristen, familieleden en vrijwilligers van de noodopvang) is de leverpatiënt niet in staat te reizen. De broeders krijgen steeds meer moeite met zijn opvang.

Uiteindelijk krijgt Asatrjan een plaats in een verzorgingshuis. De stichting Gast probeert in de tussentijd de financiering voor zijn behandeling te regelen met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Dat levert vooral een berg papieren, maar weinig resultaat op.

'De tijd dringt', stelt een betrokken huisarts. 'De situatie is levensbedreigend.' Via artikel 64 proberen betrokkenen begin 2005 een tijdelijke verblijfsvergunning wegens een medische noodsituatie te krijgen. De formulieren komen binnen, maar het is te laat. Asastrjan overlijdt eind 2005. Nog steeds stuurt het ziekenhuis rekeningen naar de stichting Gast. Om privacyredenen wil de IND niet verder op de zaak ingaan.

 

Scholen verzetten zich tegen vervolging asielkinderen ín de klas

Taïda Pasic blijkt niet de enige scholier die door politieagenten uit de klas wordt gehaald voor een enkeltje uitzetcentrum. De zaak rond de illegaal in Nederland verblijvende vwo-leerlinge vormt slechts het topje van de ijsberg. De internationale kinderrechtenorganisatie Defence for Children International vermoedt dat agenten elke week wel ergens in ons land een kind van uitgeprocedeerde asielzoekers uit de schoolbankjes plukken. Zo’n vijftig kinderen zitten permanent in detentie.
Lees verder over de ervaringen van scholen op de site van Onderwijsbond CNV

 

Saskia en Vivaldo: De IND kan ons alles afnemen, behalve onze liefde voor elkaar

Saskia en Vivaldo leren elkaar kennen in een salsaclub in Antwerpen. Voor Saskia is het liefde op het eerste gezicht.

Kijk woensdag 15 maart naar de uitzending van EO JONG met daarin Saskia en Vivaldo.
Zie verder www.buitenlandsepartner.nl

 

Betrapte homo in Iran krijgt zweepslagen of de doodstraf
Trouw, 10 maart 2006, door Carolien Omidi in Teheran

In Iran is homoseksualiteit niet alleen een groot taboe, maar ook een misdaad die bestraft kan worden. Met zweepslagen bijvoorbeeld of met de dood. "Natuurlijk bestaat er ook in Iran een homoscene." Jafar, 22 jaar en zelf homo, neemt langzaam een trek van zijn sigaret. Met zijn korte gelkapsel en modieuze baardje ziet hij eruit als een typische jongere uit het noorden van Teheran. "Wel ondergronds uiteraard. Het gaat dan om homofeestjes bij iemand thuis. En ja, je hebt altijd kans dat de politie binnenvalt en iedereen arresteert." Zelf heeft Jafar dat nog niet meegemaakt, maar een kennis van hem is een keer opgepakt en kreeg honderd zweepslagen.

Jafar ontdekte zes jaar geleden dat hij op mannen viel. Kort daarna had hij zijn eerste seksuele ervaring. Met een man. "Ik kon het aan niemand vertellen. En nog steeds weet vrijwel niemand het. Alleen een paar goede vrienden. Mijn ouders zijn behoorlijk gelovig en zouden de schande niet aankunnen. Soms vragen ze mij of het niet tijd wordt om te trouwen."

Homoseksualiteit verhoudt zich bijzonder slecht tot de ideologie van de Islamitische republiek en is volgens het Iraanse strafrecht dan ook strafbaar. Evenals bij overspel tussen hetero's, moeten er dan wel minstens vier getuigen zijn. Het grote verschil in de zwaarte van de straffen - zweepslagen versus doodstraf - hangt samen met allerlei omstandigheden: gehuwden krijgen zwaardere straffen, zoenen alleen is minder erg dan volledige seks, et cetera. Zelfs de mate van penetratie kan een rol spelen. Rechters verschillen bovendien in hun interpretatie van wat er gebeurd is.

In de zomer van 2005 werden er in Iran twee minderjarige homo's publiekelijk geëxecuteerd, wat voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aanleiding was om geen Iraniërs meer uit te zetten die vanwege homoseksualiteit asiel zoeken. Dit in afwachting van een onderzoek van het ministerie van buitenlandse zaken naar de actuele stand van zaken rond homoseksualiteit in Iran.

Vorige week liet minister Verdonk voor vreemdelingenzaken de Kamer weten dat ze Iraanse homoseksuele asielzoekers weer wil gaan uitzetten Zij baseerde zich hierbij op het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken. Daarin stond onder meer dat de twee jongens niet zouden zijn geëxecuteerd om hun homoseksuele geaardheid maar vanwege verkrachting, ontvoering en beroving. Maar betekent dit dat het veilig is het om Iraanse homo's uit te zetten?

"Nee, het is absoluut niet veilig", zegt Jafar stellig. Zijn vingers trommelen nerveus op het tafelblad. "Toegegeven, het is niet zo dat hier iedere dag homoseksuelen worden opgehangen. Maar af en toe gebeurt het wel. Het punt is dat je van tevoren nooit kan zeggen wie er opgepakt zal gaan worden en wie niet. Laat staan dat je dan kan voorspellen wat voor straf er wordt opgelegd. Het is allemaal weinig systematisch. Homo's in Iran lopen risico, zeker. Je kan ook ieder ogenblik worden verraden, zelfs door iemand van wie je dacht dat hij je vriend was. En het klimaat kan alleen nog maar verharden nu de conservatieven weer aan de macht zijn."

Jafar staat op. Hij moet naar college. Maar één ding wil hij nog kwijt. "Ik leef voortdurend in angst en kan nooit mezelf zijn. Het leven voor homoseksuelen in Iran is een voortdurend toneelspel. Een tragedie."

Binnenkort vindt er in de Tweede Kamer een spoeddebat plaats over het uitzetten van uitgeprocedeerde Iraanse homoseksuele asielzoekers.

Zie ook de getuigenis van Ebrahim Saba Rawi in de Volkskrant van 11 maart 2006 ("Ik besef nu dat mijn leven in Iran geen leven was")

 

'Ik ga door, ik zal dit land niet vrijwillig verlaten’
Door Anja Sligter, de Volkskrant, 2 maart 2006 - een interview met Taïda Pasic

WINTERSWIJK - Taïda Pasic (18) moet Nederland verlaten. Volgens minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken heeft zij de regels overtreden. Maar de Kosovaarse verklaart bitter: ‘Verdonk zegt heel lelijke dingen over mij.’

Taïda Pasic uit Kosovo hoorde dinsdag dat minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken haar nog 28 dagen geeft om vrijwillig het land te verlaten. Ze mag haar vwo-diploma niet halen. In de keuken van de boerderij in de Achterhoek stromen woensdagochtend de telefoontjes binnen. Ze gaat tot het bittere einde door, zegt ze zowel boos als huilend in elke camera die op het erf verschijnt. Taïda is verontwaardigd over de manier waarop Verdonk haar andermaal zwart probeert te maken. Koppig zegt ze: ‘Het is nu alles of niks.’

 

Ik weet dat het zin heeft om door te blijven vechten
Door Hanneke Ettekoven, Dagblad van het Noorden, 28 februari 2006

Veel te jong moesten ze naar Nederland vluchten. Ze werden van het ene asielzoekerscentrum naar het andere gestuurd. Vrijheid, zekerheid en rust hebben ze nooit gekend. Bovendien weten ze niet hoe hun toekomst eruit ziet. Toch doen ze elke dag hun uiterste best om iets van hun leven te maken. Want het woord 'opgeven' kennen ze niet. In deze serie vertellen vijf jonge asielzoekers aan de hand van steekwoorden over hun bijzondere leven en de reden waarom zij ondanks alle tegenslagen toch altijd doorgaan. In de tweede aflevering het verhaal van de 20-jarige Jelena Duzjeva.

Emmen
Zes jaar geleden kwam Jelena uit het onveilige Oezbekistan naar Nederland. Binnen een jaar leerde ze Nederlands en mocht ze naar de havo op het Hondsrug College in Emmen. Nu ze in haar examenjaar zit, heeft Jelena nog maar één doel: Medische Beeldvormende Therapeutische Technieken studeren in Groningen. "Ik weet dat ik het kan en het leuk vind. Ik ga er helemaal voor."

Vluchten
"In 2000 ben ik samen met mijn moeder en zus uit Oezbe- kistan gevlucht. Mijn vader kwam een paar maanden later. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werden wij als christenen gediscrimineerd in Oezbekistan. Het was er voor ons niet meer veilig. Laat ik het zo zeggen: Een toekomst hadden we daar niet gehad."

Foutje
"Ook wij hebben ons eerste halfjaar in Nederland in verschillende asielzoekerscentra gewoond. In Limburg, Eindhoven Toen we in augustus in Emmen terechtkwamen, leek het erop dat we eindelijk ons eigen plekje hadden. Tot we in 2003, door een 'foutje' van onze advocaat, op straat werden gezet. Je vraagt je dan af of er ooit een einde komt aan alle ellende. Nu weet ik dat het zin heeft om altijd door te vechten: ik heb een eigen huisje waar ik samen woon met mijn man."

Trouwen
"Toen wij uit het asielzoekerscentrum in Emmen werden gezet, heeft een Nederlands gezin ons opgevangen. Zij hebben ons met alles geholpen en ik ben ze dan ook ontzettend dankbaar. Maar wat natuurlijk het allermooiste is, is dat ik verliefd werd op hun zoon. In 2004 zijn we getrouwd! Omdat ik geen permanente verblijfsvergunning heb, moet ik mijn eigen achternaam houden. Het was voor mij best raar om mijn klasgenootjes over mijn hu welijk te vertellen. Maar gelukkig waren alle reacties positief."

Te veel
"Omdat ik heel goed ben ik exacte vakken, heb ik op de havo het profiel natuur en gezondheid gekozen. Dat is inderdaad pittig, maar ik kan er straks wel heel veel kanten mee op. In de derde klas ging het zelfs zo goed, dat ik naar het vwo mocht. Helaas was dat net in de periode dat wij op straat gezet werden. In die tijd is er te veel met me gebeurd. Ik werd er ziek van en de linkerkant van mijn gezicht raakte verlamd. In het ziekenhuis konden ze niks vinden. Stress bleek de oorzaak van mijn problemen te zijn. Omdat ik op school te veel gemist had, bleef ik zitten. Tijdens mijn onderzoeken in het ziekenhuis kwam ik erachter hoe graag ik de medische kant op wilde."

Een tien
"Het gaat nu heel erg goed op school en ik heb mooie cijfers. Mijn ouders hebben er altijd op gehamerd dat ik meer dan mijn best moet doen. Daar heb ik veel aan gehad. Bij elke toets ga ik voor een tien. Na dit jaar wil ik graag studeren in Groningen. De opleiding Me dische Beeldvormende Therapeutische Technieken is echt iets voor mij. Het enige probleem is, is dat ik straks wel een beurs nodig heb. Ik hoop dat er een oplossing komt, want dit wil ik heel erg graag."

Plannen
"Ik maak veel plannen voor later: studeren, werken en bovendien wil ik graag kinderen. Toch heb ik geen flauw idee hoe mijn toekomst eruit ziet. Je blijft je afvragen of je straks terug moet. Voorlopig concentreer ik mij gewoon op alles wat wel kan. De tijd die ik hier heb, gebruik ik om iets moois van mijn leven te maken." Jelena Duzjeva is van plan iets 'heel moois' van haar leven te maken.

 

Helena moet terug naar Angola, maar kan niet
Door Stef Altena, Dagblad van het Noorden, 28 februari 2006

Groningen - Helena Joaquim (21) uit Groningen lijkt het volgende slachtoffer te worden van het 'strenge maar rechtvaardige' vreemdelingenbeleid van het kabinet. Na zes jaar in Nederland is haar aanvraag voor een verblijfsvergunning vorige week afgewezen en dus moet ze terug naar Angola. "Het is vreselijk", vindt Joaquim. "Hoe moet het nu met mijn kinderen?"

Toen de ouders van Helena Joaquim zes jaar geleden werden vermoord, ontvluchtte ze samen met haar zusje het door burgeroorlog geteisterde Afrikaanse land. De zussen kwamen terecht in een asielzoekerscentrum in Nunspeet, waarna Helena al snel werd overgeplaatst naar een huis voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) in Vinkhuizen. "Daarna heb ik hier in Groningen een prachtig leven opgebouwd", zegt Joaquim in prima Nederlands. Ze leerde Eric Helbig kennen met wie ze samenwoont in de Oosterparkwijk en Claudia (4) en Patrick van anderhalf heeft gekregen. Beiden hebben een Nederlands paspoort. "Ik ben volledig geïntegreerd", zegt Joaquim. Met dat argument stelde ze afgelopen zomer haar aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning op.

"We hadden hoop op een goede afloop", zegt ze. "Maar met al die vergelijkbare gevallen die afgewezen werden, vervloog mijn hoop steeds meer." Vorige week kwam eindelijk de brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst met de uitslag: aanvraag afgewezen.

"Dat was voor de hele familie een ontzettende klap", zegt Helena's schoonmoeder Jenny Helbig. "Iemand die zo onderdeel van de Nederlandse samenleving is geworden zo lang in onzekerheid laten en vervolgens wegsturen, is onmenselijk." Joaquim zelf zit sinds de uitslag met de handen in het haar. "Ik ben niet meer gewenst in dit land. Illegaal. Waar moet ik in Angola naar toe?" Het meest zit Joaquim in over de gevolgen van de uitspraak voor haar kinderen.

"Zij kunnen niet zonder mij opgroeien en ook niet zonder hun vader. Zij worden hier het grootste slachtoffer van." Er is een kleine kans dat Joaquim alsnog een verblijfsvergunning krijgt toegewezen. Ze heeft een maand de tijd gekregen om samen met haar advocaat bezwaar aan te tekenen tegen de uitspraak. "Ik heb geen hoop meer. Het is vreselijk."

Helena Joaquim vreest voor haar eigen toekomst en voor die van haar kinderen Patrick en Claudia.

 

Gewoon de straat op
Over een Afgaanse moeder met kanker en twee jonge kinderen

Zie oorspronkelijk bericht Van Harte Pardon - 21 februari 2006

 

Onbekende dode vrouw in Assen
Bericht/Brief van een burger uit Groningen aan de politie te Assen
22 februari 2006

Geachte Heer, Mevrouw.

In het DvhN [Dagblad van het Noorden, red.] stond onlangs dat de politie Assen een vrouw heeft aangetroffen, onderkoeld, vermoedelijk Armeens, die later is overleden zonder dat haar identiteit is bekend geworden. Ze is begraven zonder naam op het graf. Iemand was verbaasd dat de vrouw kennelijk niet gemist is. Zo herinner ik me de geschiedenis uit het krantenbericht.

Ik herinner me ook nog geschiedenissen die er op lijken.

  • een Afghaanse jongeman, kreeg in het asielzoekerscentrum (Winsum) te horen dat hij met onbekende bestemming was vertrokken. Hij moest toen ook vertrekken. Als die toen door onderkoeling buiten bewustzijn was geraakt of overleden, was die ook door niemand gemist. Overigens heeft deze man enkele broers waarvan hij niet weet of die nog inleven zijn en zo ja, in welk land.
  • In februari vorig jaar werd een gezin met kinderen uit het station van Groningen verwijderd door de spoorwegpolitie. Enkele dagen later werd het gezin aangetroffen in Leek, in een bushokje, onderkoeld. De politie kon ook toen niets voor deze mensen doen omdat ze geen status hadden -letterlijk citaat van het krantenbericht, dat ik heb onthouden wegens de maximaal koude bewoordingen.
  • Ik weet dat een Armeens gezin (waarvan één kind in een rolstoel), uit het AZC Winsum, op het station Groningen gedumpt is, terwijl vader in het ziekenhuis was opgenomen.
  • Ik weet van nog een Armeens gezin (jongste kind toen vier jaar) dat uit het azc te Klazinaveen op straat is gezet. Later nogmaals vanuit Ter Apel. Dagen lang hebben ze zonder eten of zelfs drinken gezworven.

Als nu een vrouw alleen, onderkoeld, wordt aangetroffen, het vermoeden bestaat dat ze Armeens is, als ze overlijdt, dan is met grote waarschijnlijkheid te concluderen dat dat een asielzoekster is geweest die ergens op straat is gezet. Voor zover ik weet is het in Nederland strafbaar om iemand die hulp nodig heeft en/of in levensgevaar verkeert hulp te onthouden. Voor zover ik weet is het opzettelijk in levensgevaar brengen ook strafbaar, en dat heet dan doodslag of dood door schuld. Alleen door de krant te lezen is af te leiden in welke kring de vermoedelijke dader(s) te vinden zijn. De politie was verbaasd dat de vrouw niet gemist werd. Dat is juist een extra aanwijzing.

Ik vind dat de politie er achter aan moet. Hier is waarschijnlijk een strafbaar feit of misdrijf gepleegd, en net als met een moord, heeft het slachtoffer geen aangifte kunnen doen.

Hopelijk heb ik u wat bruikbare tips gegeven die het zoeken naar dader(s) kunnen vergemakkelijken. Ik doe geen aangifte, want ik weet het niet zeker dat er een misdrijf is gepleegd. Maar als u niets doet, doe ik misschien wel aangifte van nalatigheid van de politie.

Hoogachtend,

Ondertekend door een burger uit de stad Groningen

 

Rotterdam: arrestantenbusje over de kop

Hoe er met asielzoekers wordt omgesprongen konden we lezen in een krantenbericht van 2 februari. Een arrestantenbus van de Dienst Justitiële Inrichtingen sneed een vrachtwagen bij een inhaalmanoeuvre en sloeg over de kop. "Opvallend genoeg moesten de illegale vreemdelingen minutenlang ondersteboven in het beveiligde busje blijven liggen, terwijl de diesel naar buiten gutste." "Ik zag die tank leeglopen en was bang dat die auto in brand zou vliegen," zegt de geschrokken vrachtwagenchauffeur (...) "Toen die arrestantenbewakers eruit waren gekomen vroeg ik of ze hun passagiers niet moesten bevrijden. Maar ze zeiden dat die er niet uit mochten en gingen met hun baas staan bellen. Die mensen waren alleen maar met zichzelf bezig, terwijl ik die gedetineerden hoorde roepen en op de ramen bonken. (...) Die passagiers moeten wel inwendige kneuzingen hebben. Ze zaten los in die auto en zijn door heel het busje geslingerd"

Klik hier voor het volledige krantenbericht

 

Job Selemani Moamba, Amsterdam-Zuidoost

Bericht uit Het Parool: Job Selemani Moamba werd donderdag dood geboren in het Grenshospitium in Amsterdam-Zuidoost. Door de stress, zegt zijn moeder die op het punt stond te worden uitgezet. Gisteren werd het jongetje begraven.

 

Henk Oosterhuis over de Chinese X, Zestienhoven

Henk Oosterhuis: "Vanmorgen, 31 januari 2006, word ik gebeld door de Chinese X, met de mededeling dat ze a.s. vrijdag weer eens voor de rechtbank moet verschijnen om samen met haar advocaat haar vreemdelingenbewaring aan te vechten. Ze zit al sinds juni 2005 samen met haar vijfjarig dochtertje in het uitzetcentrum te Zestienhoven. Nog geen uur later belt ze me weer. Ze klinkt blij. Eindelijk goed nieuws, zegt ze, ik kom vrij. Ze mogen dezelfde middag het huis van bewaring verlaten, maar ze zat er wel vanaf juni 2005 met haar dochtertje opgesloten!"
Wat we niet weten is of ze zonder uitkering of wat op straat is gezet. Heeft haar vrijlating iets te maken met het persbericht dat die ochtend om 11.00 uur door Stichting EEN ROYAAL GEBAAR is uitgegaan met de mededeling dat in Zestienhoven sommige kinderen er al zes maanden verblijven en dat de Stichting daarvan aangifte heeft gedaan bij de Haagse Kinderbescherming.

Het is van belang dat getuigenissen in de openbaarheid komen. Stuur uw eigen verhaal als 'migrant zonder geldige papieren 'of die over recente ervaringen met asielzoekers op naar Stichting Een Royaal Gebaar, Postbus 10975, 1001 EZ te Amsterdam of per e-mail

Familie Shanghasi, Almelo

Dinsdag 10 januari om 18:30 uur is er een demonstratie bij het gemeentehuis van Almelo om hulp en aandacht te vragen voor het Afghaans gezin Shanghasi dat 12 januari uit het AZC wordt gezet. Dat terwijl er nog een procedure loopt. Ook is de demonstratie bedoeld voor al die andere asielzoekers die op dezelfde inhumane wijze worden behandeld. 's Middags om 16:00 uur is er in de openbare bibliotheek (tegenover het stadhuis) een persconferentie, waarbij iedereen welkom is. Informatie bij Reinette Kiès 0546 53.11.12, 06 481.315.18

Zie voor meer informatie het artikel in de Twentse courant Tubantia en de onderstaande informatie van de Stichting Buitenlandse Partner:

Stichting Buitenlandse Partner heeft een overzicht van de politieke ontwikkelingen omtrent het scheiden van ouders en kinderen gepresenteerd. Daaruit blijkt dat er niet veel terecht komt van de belofte van Verdonk gezinnen bij elkaar te houden. Klik hier voor een verslag van de kamervragen aan Verdonk over dit onderwerp.

De Stichting Buitenlandse Partner ontvangt graag per email inzendingen vanuit de hele samenleving, waaruit blijkt dat het gevoerde beleid onmenselijk is, niet volgens fundamentele mensenrechten is, en mede daarom op zeer korte termijn moet veranderen. De stichting zal alle inzendingen overhandigen aan alle politieke partijen in de Tweede Kamer.

Zie voor meer informatie over deze actie www.buitenlandsepartner.nl

Riem (16 jaar) over het verblijf met haar moeder, broertje en zusje in het Uitzetcentrum Rotterdam (Zestienhoven)

Brief Riem, bladzijde 1 - Brief Riem, bladzijde 1 Brief Riem, bladzijde 2 - Brief Riem, bladzijde 2 Brief Riem, bladzijde 3 - Brief Riem, bladzijde 3 Brief Riem, bladzijde 4 - Brief Riem, bladzijde 4 Brief Riem, bladzijde 5 - Brief Riem, bladzijde 5
klik voor een vergroting

Pariya uit Iran (13 jaar),  TV-verslag door Netwerk, 18-11-2005

Verslag Netwerk TV

Zhou-Ya (5 jaar) in Zestienhoven

Zie het perbericht van 27-12-2005 over Zhou Ya

Zie het verslag van Defence for Children over het op straat zetten van Zhou Ya (02-02-2006)
Klik hier voor het persbericht van 02-02-2006 van Defence for Children