Bron: Limburgs Dagblad
Een eenjarige baby uit Echt moest Nederland van minister Verdonk binnen 28 dagen verlaten. Het kind is hier geboren en zijn vader is Nederlander.
Het betreft het zoontje van een 39-jarige Echtenaar, van origine Marokkaan. Hij begrijpt niets van de ronduit kafkaëske situatie waarin hij zich bevindt. De Haagse bureaucratie kreeg de kleine in het vizier, nadat de 39-jarige vader in april voor zijn zoontje een reisdocument had aangevraagd. Het kind bezit zelf geen paspoort. Het staat ook niet op die van zijn ouders bijgeschreven, omdat die niet getrouwd zijn en Marokko het kind niet als onderdaan erkent. Bij de geboorte-aangifte in Roermond was aangegeven dat de vader onbekend was. Toch heeft de Echtenaar het kind daarna vrij snel erkend. 'Ik kreeg te horen dat er niets aan de hand was geweest als ik mijn kind al een halfjaar vóór de geboorte had erkend. Maar wie denkt nou aan zoiets?'
Toen de vader geen reisdocument loskreeg, schakelde hij de Maastrichtse advocate M. Straatman-Selij in. De advocate concludeerde dat het in Limburg geboren zoontje kennelijk stateloos is en vroeg een verblijfsvergunning voor hem aan, zodat de IND (Immigratie en Naturalisatiedienst) op basis daarvan een reisdocument zou kunnen afgeven. Wie schetst haar verbazing toen de aanvraag werd afgewezen.
In de reden zat een klassieke cirkelredenering verborgen: het kind kon geen geldig paspoort overleggen.
In een beschikking van vier kantjes legt de IND. namens de minister van Vreemdelingenzaken, uit hoe de vork in de steel zit. Het kind heeft geen recht op een verblijfsvergunning. De minister voert aan, in de beschikking, dat de weigering om een verblijfsvergunning toe te kennen, geen inbreuk betekent op het gezinsleven van het kind zoals vastgelegd in het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
En dan de uitsmijter: 'Betrokkene (de éénjarige, SV) dient Nederland zelfstandig en uit eigen beweging binnen 28 dagen te verlaten. Indien betrokkene daarna Nederland nog niet heeft verlaten, kan hij uit het land worden verwijderd.'
Advocate Straatman heeft een bezwaarschrift ingediend en zal bij de rechter een voorlopige voorziening aanvragen. 'Of de letter van de wet hier gehandhaafd wordt, daar laat ik me niet over uit. Maar de geest? Zeker niet.'
Rest de vraag of deze bureaucratische rompslomp niet achterwege had kunnen blijven. Als men in het asielvraagstuk de werkdruk al niet aankan, waarom dan kostbare uren verspild aan dergelijke aberraties die gewone mensen tot wanhoop drijven? Een woordvoerster van de IND kan slechts 'in z'n algemeenheid' zeggen dat de advocate nog maar eens met de ambtenaren om de tafel moet gaan zitten. 'De collega die er mogelijk meer over kan zeggen, heeft vandaag vrij.'