Argos, het onderzoeksprogramma van de VPRO/De ochtenden op radio 1 onderzocht of de behandeling van de overlevenden van de Schipholbrand ‘zeer zorgvuldig’ gebeurt, zoals minister Verdonk zegt. Argos reconstrueerde de behandeling van een van de overlevenden, de Algerijn Ibrahim Benai, en ontdekte dat de overlevenden nog zieker worden van de chaos in de behandeling dan ze al zijn.
284 Gedetineerden werden in de ochtend van 27 oktober overgeplaatst van Schiphol naar de detentieboot in Rotterdam, het kamp Zeist en de Nieuwe Lloyd in Amsterdam. Veel mensen uit de vleugels J en K waar de brand en rook het hevigst waren. kwamen in Rotterdam terecht. Daar stelden artsen en psychologen in dienst van justitie bij zestig overlevenden een posttraumatisch stresssyndroom vast, wat zich uit in onder andere nachtmerries, herbeleving en schuldgevoel. In januari werd bekend dat minister Verdonk vijftien van hen het land wilde uitzetten. Stuitend noemde de linkse oppositie dat zo vlak na de brand. Onder druk van de Kamer stelde de minister haar beleid een beetje bij. Maar dat betekent niet dat uitzetting, ook van de groep getraumatiseerde overlevenden, niet aan de orde is. Volgens Verdonk is er allerlei medische zorg beschikbaar en is die ‘zeer zorgvuldig’.
Marjolein van Duijl, de psychiater die verantwoordelijk is voor de behandeling van de getraumatiseerde overlevenden, is echter hoogst ontevreden over de behandeling.
De reconstructie van de behandeling van Ibrahim Benai, een van de overlevenden van de brand op Schiphol-Oost.
De Algerijn Ibrahim Benai, 39 jaar, kwam in 1997 naar Nederland. In januari 2005 wordt zijn asielverzoek afgewezen. Sindsdien leeft Benai illegaal in Nederland. Hij vond werk op de markt in Leiden. In die stad huurde hij een kamer voor honderden euro’s per maand. In maart 2005 werd hij opgepakt en in bewaring gesteld. Op het moment van de brand wacht hij in cel nummer K2 op uitzetting naar Algerije. Benai: ‘Ik zag heel zwarte rook en hoorde knallen als vuurwerk.’ Na de brand wordt Benai overgebracht naar de detentieboot in Rotterdam. Daar wordt zes dagen na de brand een intake afgenomen. In zijn dossier staat dat hij problemen heeft. Hij lijdt aan nachtmerries. Twee dagen na de intake, op 3 november, spreekt Benai voor de eerste keer met de psycholoog Frans Schilder van de Rotterdamse detentieboot. De conclusie van de psycholoog luidt: acute stressstoornis met angstbeleving. Advies: vervolgconsult over veertien dagen. Benai wil graag eerder een psycholoog spreken in verband met de brand op Schiphol. Hij heeft het moeilijk, is gespannen, slaapt slecht. Zegt geen medicatie te hebben gehad. Benai vraagt om een gesprek met de psycholoog, maar hij moet wachten.
Nadat de psycholoog Benai heeft gesproken, meldt deze: ‘Man was direct betrokken bij brand. Heeft verbrande gedetineerden gezien en geholpen. Ziet alles steeds in een flits voorbijgaan. Advies: vervolgconsult veertien dagen.’
Dat consult komt er niet meer van, want gelukkig voor Benai grijpt de medische dienst op de detentieboot even later in. Op 27 november, precies een maand na de brand concludeert de medische dienst ten aanzien van Benai en een aantal mede-slachtoffers: ‘Er is sprake van een acute stressstoornis met sterke angst en schuldbeleving. Advies: overplaatsing naar een voor stressverwerking beter geoutilleerde afdeling.’
Begin december wordt een groep van veertien overlevenden vanuit Rotterdam overgeplaatst naar het asielzoekerscentrum in Ulrum in Groningen. Een medische bron die werkt op de detentieboot vertelt dat de arts en de psycholoog op de detentieboot bij veel meer overlevenden een posttraumatisch stressyndroom hebben vastgesteld. Maar van mensen met een strafblad werd de overplaatsing naar Ulrum door de IND tegengehouden. Naar de aard van dat strafblad kunnen ook de artsen en psychologen slechts gissen. ‘Of het ging om een winkeldiefstal of een zwaarder delict, dat werd ons niet verteld’, zegt een van medische begeleiders die anoniem wil blijven.
Ibrahim Benai is een van de veertien die begin december overgeplaatst worden naar Ulrum. Terwijl de groep getraumatiseerde asielzoekers in Ulrum arriveert, is de IND van minister Verdonk met andere zaken bezig. Op 2 december verzoekt de IND aan het Bureau Medische Advisering of de betrokkenen al teruggestuurd kunnen worden naar het land van herkomst. Dit Bureau is een onderdeel van de IND. De artsen die er werken zijn in dienst van de IND.
Op 5 december wordt de Groningse psycholoog Maurits Verster benaderd om met spoed de zorg voor de groep die naar Ulrum is gereisd op zich te nemen. Dat verzoek is afkomstig van de MOA Noord Nederland, de Medische Opvang Asielzoekers. Verster gaat op maandag 5 december welgemoed aan de slag in Ulrum. Hij raadpleegt de dossiers, roept mensen op, maakt een planning en formeert een team van behandelaars die verstand hebben van traumaverwerking. Maar al snel blijkt dat er een kink in de kabel is: de financiering is niet geregeld. In de week van 5 december probeert Verster de zaak geregeld te krijgen. Maar tevergeefs.
Verster staakt na een week zijn werkzaamheden omdat hij geen contract krijgt. Pas veel later blijkt de reden daarvan: zorgverzekeraar ZRA: Ziektekosten Regeling Aielzoekers, een onderdeel van VGZ, blijkt geen behandelingen van vrijgevestigde psychologen te vergoeden. Maar merkwaardig genoeg kreeg Verster op 5 december wel de opdracht om de groep in Ulrum te behandelen. Harrie Doedens, directeur van de Medische Opvang Asielzoekers in Noord Nederland. Doedens legt de schuld bij Verster: ‘Het klopt dat ik Verster heb gebeld met de vraag of hij kon helpen. Ik heb duidelijk gezegd dat het alleen om een intake zou gaan. Maar hij zag een grote klus voor zijn eigen bedrijf. Dat er al een eerdere intake was gedaan op de detentieboot, ja, dat is waar, maar dat was ons toen niet bekend.’
In het kamerdebat op 31 januari geeft ook Verdonk een mooie draai aan deze chaotische manier van organiseren: ‘De GGZ Groningen heeft een aantal dagen nodig gehad om in samenwerking met het PTSS-kenniscentrum de psychische zorg te organiseren. Daarom is tot 15 december gebruik gemaakt van het bureau Verster. De MOA heeft dit bureau gevraagd de intake te doen en de zorgbehoefte in kaart te brengen.’
Psycholoog Maurits Verster vindt die voorstelling van zaken dat hij alleen de intake zou doen, complete onzin.
Op 19 december komt aan de andere kant van het land, bij de IND in Den Haag, het advies binnen van de IND-artsen over de terugkeer van de slachtoffers naar het land van herkomst. Inzake de mogelijke terugkeer van Ibrahim Benai staat in het BMA-advies te lezen: ‘Betrokkene is begin december 2005 verhuisd naar een AZC. Naar verwachting zal de behandeling aldaar bij de GGZ worden gecontinueerd. De huidige behandelaar is niet bekend. Hoe lang behandeling bij betrokkene geïndiceerd zal zijn, is heden niet bekend. Psychiatrische behandeling is in Algerije verkrijgbaar in onder andere Centre Hospitalier Universitaire en in de privé-kliniek Charazed te Algiers. Psychologische interventie specifiek voor PTSS is aldaar geen officieel onderdeel van de psychiatrie. Bij het uitblijven van de behandeling kunnen de klachten bij betrokkene toenemen en mogelijk chronisch worden. Op basis van de huidige beschikbare informatie wordt niet verwacht dat zonder behandeling sprake zal zijn van een levensbedreigende situatie. Derhalve wordt geen medische noodsituatie op korte termijn verwacht. Gezien de huidige medische inzichten acht ik betrokkene in staat te reizen met gangbare vervoermiddelen als boot, trein, bus, auto en vliegtuig.’
Onwetend van dit advies ontmoet Benai in Ulrum de derde psycholoog die een intake afneemt. Dat is, na psycholoog Schilder op de detentieboot en de Groninger Verster, de intercultureel psycholoog van de GGZ in Winschoten, Ayhan Tatlicioglu.
Op 4 januari krijgt Benai, net als acht lotgenoten in Ulrum, een brief van medewerker Ernst van de IND. Die heeft, op basis van het advies van de IND-artsen van het Bureau Medische Advisering, een beslissing genomen: ‘Op grond van het advies van de BMA deel ik u mede dat er thans geen reden meer is voor uitstel van uw uitzetting naar het land van herkomst. U dient Nederland binnen 28 dagen te verlaten.’
De psycholoog Tatlicioglu maakt zich in een uitzending van het tv-programma Netwerk van 19 januari boos over deze gang van zaken. ‘Je kan mensen niet voor een trauma behandelen als je zegt dat ze het land uitmoeten. Deze mensen hebben rust nodig. Dat ontbreken van rust kan ernstige gevolgen hebben voor mensen met deze klachten. Zij kunnen er honderd procent ptss aan overhouden.’ Bovendien blijkt dat de IND-artsen die geadviseerd hebben dat Benai en zijn collega’s uitgezet konden worden niet te hebben gesproken met Tatlecioglu. Benai had goede ervaringen met de psycholoog van de GGZ maar tot zijn verbazing komt ook deze niet meer terug. De psycholoog krijgt medio januari een andere functie binnen de GGZ. Benai is dan in totale onzekerheid over de behandeling van zijn klachten, en over het briefje van de IND dat hij het land uit moet. Gaat iemand hem hier behandelen of moet hij ziek terug naar Algerije? Hoe lang mag hij nog in Nederland blijven? Wat dat laatste betreft gaat Verdonk in het kamerdebat op 31 januari overstag: de uitzetting wordt opgeschort en de IND-artsen zullen, voordat ze een nieuw advies schrijven, het oordeel van de laatste behandelende artsen bij hun advies betrekken. De Schiphol-slachtoffers krijgen een nieuwe brief van de IND waarin staat dat hun uitzetting is opgeschort.
Op 10 februari komen BMA-artsen naar Ulrum om met Benai te praten. Ze vragen naar de naam van de huidige behandelaar. Maar de BMA-artsen hebben ook nog een verrassende mededeling. Benai krijgt het advies zich in Algerije te laten behandelen. Hij krijgt een adres in Algiers. Benai: ‘Maar ik woon daar ver vandaan, vierhonderd kilometer. Het is bovendien een kliniek voor mensen met mentale problemen, voor gekke mensen, ik ben niet gek ik ben ziek.’
Half januari komt er weer een nieuwe behandelaar voor Benai: psychiater van de GGZ in Winschoten Marlolein van Duijl. Dat is de vierde behandelaar in iets meer dan twee maanden. Van Duijl begrijpt dat Benai en zijn lotgenoten in verwarring zijn over hun behandeling. Op 6 februari schrijft ze een interne notitie. Daarin bekritiseert ze de aanpak van Verdonk. Zolang uitzetting dreigt, is herstelgerichte therapie niet mogelijk, en zelfs onverantwoord schrijft ze aan directeur Jan van Burg van het COA. De overlevenden van de ramp zijn door hun behandeling zieker geworden. Dat zijn ernstige verwijten van de psychiater die verantwoordelijk is voor de behandeling. Wat moet er dan volgens Van Duijl wel gebeuren: ‘Als je ze meer tijd geeft, bijvoorbeeld een jaar, kun je ze een programma aanbieden gericht op stabilisatie, enigszins herstel. Maar ik heb daar geen illusies over, het probleem is ingewikkelder. En als uitzetting blijft dreigen, blijft dat ook een bron van stress. Als je echt vindt dat mensen behandeld moeten worden en de kans moeten krijgen om beter te worden, dan heb je minimaal een jaar nodig. Maar de context, uiteindelijke uitzetting, blijft de mogelijkheid van behandeling beperken.’
De minister krijgt nog meer kritiek. Een hoge ambtenaar van de IND, de Immigratie en Naturalisatiedienst van minister Verdonk laat Argos anoniem weten dat er binnen het IND veel kritiek is op de aanpak van de minister: ‘Er is binnen de IND verschil van mening hoe we met deze groep moeten omgaan. Er liggen nog minstens drie grote problemen. Ik vind dat de slachtoffers recht hebben op een second opinion als de IND-artsen van mening zijn dat ze in het land van herkomst behandeld kunnen worden. Tweede probleem: wie gaat die zorg in het land van herkomst betalen. Ik vind dat wij die behandeling moeten financieren, de mensen zelf kunnen dat niet. Dat is tot nu toe niet geregeld. Laatste zorg is dat een posttraumatisch stresssyndroom zich ook pas na jaren kan ontwikkelen, als de groep allang is uitgezet. In feite blijft Nederland verantwoordelijk voor deze mensen voor de rest van hun leven. Het zou daarom veel makkelijker en ook rechtvaardiger zijn om deze mensen een verblijfsvergunning te geven. Je praat over maximaal zestig mensen. Maar binnen de IND wordt daar verschillend over gedacht. En de politiek moet dat afdwingen.’
De woordvoerder van de IND liet de redactie van Argos per e-mail weten dat de nieuwe adviezen van het Bureau Medische Advisering over mogelijke uitzetting van Benai en zijn lotgenoten goeddeels zijn afgerond. Psychiater Van Duijl echter laat weten dat zij, als behandelend psychiater, daar niet in gekend is. Dat was nu net het punt waar de Tweede Kamer in het debat eind januari zo boos over was.
De uitzending van 14 april 2006 is te beluisteren op: www.ochtenden.nl