Vechten voor gerechtigheid

Vechten voor gerechtigheid

Marijke Ameling heeft zich sterk gemaakt voor een gezin uit Rwanda dat in Nederland asiel had aangevraagd. Ondanks de vele verschrikkingen die de familie had meegemaakt, werd hun verhaal hier niet geloofd. In Frankrijk wel.

Het is altijd moeilijk om over iemands privé-leven te praten en zeker over dat van een asielzoeker. Want door alle ellende van het vluchten zijn vele asielzoekers bang geworden om iets van privé-leven los te laten. Toch ik wil het verhaal vertellen van een man, een vrouw en twee kleine kinderen uit Rwanda zonder namen en plaatsen te noemen. De man, een dierenarts, en zijn vrouw waren bevlogen leden van de verboden partij voor vrijheid en democratie in Rwanda. Ze waren van gemengde afkomst en vochten voor vrijheid en samensmelting van de Hutu's en Tutsi's. Met de uitbraak van de oorlog in 1994 verloor de vrouw haar ouders en haar twaalf broers en zusters tijdens de slachtpartijen, en de man zijn broers. Zelf konden ze ontkomen. Ze vluchtten naar Congo, waar ze tot vier maal toe door de milities uit het vluchtelingenkamp werden verdreven. In een van de landen waarheen ze daarna vluchtten, werd de man opgepakt en naar Rwanda teruggebracht. Daar werd hij gemarteld en ter dood veroordeeld. De vrouw vluchtte met de kinderen naar Zuid-Afrika en ten slotte naar Nederland, waar ze in 1998 asiel aanvroeg. Haar man wist op weg naar de executieplaats te vluchten; de chauffeur van de wagen waarin hij vervoerd werd, bleek een jeugdvriend te zijn. De man kwam een jaar later met een gekocht paspoort naar Nederland. Ook hier werd hij gearresteerd, maar omdat hij de naam van zijn vrouw en kinderen noemde, mocht hij een asielprocedure doorlopen.

In Nederland kwam het gezin terecht in een groep Rwandezen die eveneens lid waren van de democratische partij. Zij kregen allen na een jaar of vijf asiel, behalve het echtpaar. Dat kwam omdat ze minder brutaal waren en erg eerlijk. Op de vraag bijvoorbeeld: maar u was toch geen prominent lid van de partij?, antwoordden ze: nee, dat klopt. Terwijl anderen opmerkten: we kunnen niet allemaal voorzitter zijn. Ook werd het verhaal van de vlucht van de man niet geloofd. Hun advocaat heeft niet veel voor hen gedaan, hij is slechts eenmaal bij een zitting geweest en er was nooit een tolk bij.

Intussen kregen ze nog een kind en woonden ze met een voorlopige vergunning in een huis in afwachting van de definitieve beslissing. Toen de afwijzing kwam, was dat voor iedereen een schok. Deze mensen hadden hetzelfde verhaal als de andere Rwandezen die allemaal al asiel hadden gekregen. Bovendien waren ze bijzonder goed geïntegreerd. Er werd een nieuwe procedure gestart met een nieuwe advocaat. Vele mensen probeerden de minister van gedachten te laten veranderen, ook de gemeente maakte zich sterk voor hen. Er werd door particulieren een noodfonds opgericht om de periode te overbruggen tot de uitkering. Inmiddels was de moeder met haar kinderen naar het buitenland gevlucht, bang geworden door de vele verhalen over onverwachte uitzettingen. Dit hebben we onmiddellijk gemeld aan de gemeente en de kranten. Er kwamen acties van de school, de dorpsgenoten et cetera. Maar er kwam geen reactie van de minister en tot op heden ook geen uitspraak over de nieuw gestarte procedure. Ten slotte stopte de gemeente de uitkering omdat een ambtenaar ons uitmaakte voor fraudeurs, omdat alleen de man in Nederland was om de uitspraak af te wachten en hij toch een jaar lang de volledige uitkering had geïnd. Ik ben daar vreselijk boos over geweest, we hebben de veranderde situatie vanaf het begin gemeld en frauderen is iets wat deze familie nooit zou doen.

Na twee jaar van zijn vrouw en kinderen gescheiden te zijn geweest is de man ze nagereisd naar Frankrijk. Daar heeft het gezin opnieuw asiel aangevraagd - weliswaar noodgedwongen onder een andere naam (stel je voor wat het voor deze mensen betekent je naam te moeten verdraaien, dus geen naam meer mogen hebben). Ondertussen onderhielden wij ze financieel, zodat ze hun hoofd boven water konden houden. Groot was de vreugde toen ze binnen een halfjaar asiel kregen op grond van hun zeer geloofwaardige en controleerbare verhaal.

Einde verhaal, zou je zeggen, maar dat is natuurlijk niet zo. Twee getalenteerde mensen kunnen nooit meer hun beroep uitoefenen en zijn nu op zoek naar een baantje ver beneden hun kunnen. Deze mensen gaan nu pas rouwen over hun broers, zusters en ouders die vermoord zijn. Maar ze zijn gelukkig en dankbaar voor alles. Misschien hebben wij ze kunnen behoeden voor cynisme en ervoor kunnen zorgen dat ze het vertrouwen in de mens niet helemaal verloren. Een verhaal met een happy end, maar ten koste van wat?

Ook Lieneke Trapman heeft zich het lot aangetrokken van een asielzoeker, een 27-jarige man uit Afrika, en actie voor hem gevoerd.

Een Afrikaanse man van 27 jaar is ondanks dat hij zich erg ziek voelde, van het asielzoekerscentrum Delfzijl verplaatst naar dat van Heerlen. Hij had hepatitus c, maar dat was hem niet verteld. Nu zit hij in een centrum voor asielzoekers die op de lijst staan om uitgezet te worden.

De IND had geen boodschap aan hem, ondanks zijn ziekte. Die kon wel verder behandeld worden in Afrika. Aangezien de man heel bang was voor uitzetting, werd hij nog zieker. Gelukkig gaat het nu goed. Hij is genezen door gebed. Een groot wonder. Maar zijn onzekerheid over zijn verblijf hier is nog steeds erg groot. Zijn taalanalist was een tolk uit een ander land dan de zijne. Zij geloofde niet dat hij uit het land kwam, dat hij noemde. Later mocht hij zijn verhaal overdoen (na mijn actie) en toen bleek dat het wel klopte. Zijn advocaat stuurde echter alles te laat op waardoor het niet meer mocht worden meegenomen in zijn procedure. Ik was des duivels.