Iris Thissen, pas afgestudeerd als psychologe, maakte voor Een Royaal Gebaar twee portretten van cliënten van haar vader die asieladvocaat is.
Schrijnende verhalen, deel 1: mevrouw S.
S. is een Algerijnse vrouw van 39 jaar. Zij is al bijna zes jaar in Nederland en komt uit een strenge islamitische familie die in het oosten van Algerije woont. Haar man, aan wie zij tegen haar wil werd uitgehuwelijkt, bleek lid te zijn van de gewapende tak van de FIS (Front Islamique du Salut). Veel mensen uit deze streek zijn aanhangers van deze organisatie, die officieel niet verboden is door de overheid. De gewapende tak hiervan echter wel. Leden hiervan houden zich vaak schuil in de bergen en plegen aanslagen op de burgerbevolking. Mevrouw S. heeft zelf geen politieke overtuiging en staat niet achter de activiteiten van haar man. In 1998 kwam haar man niet meer thuis. Zijn familie is hem gaan zoeken, maar vond geen spoor van hem. Vermoed werd dat hij ofwel dood was, ofwel met de rebellen (gewapende tak van de FIS) de bergen in was vertrokken.
Na zijn verdwijning kwamen de autoriteiten (mannen in burger en gewapende mannen in uniform) mevrouw 's nachts halen om te worden ondervraagd over de activiteiten van haar man. Ook haar zwagers en schoonvader werden naar het politiebureau gebracht. De vrouw werd er de hele nacht beledigd, geschopt en vernederd. Pas 's ochtends werd zij weer vrijgelaten. Ook werd haar huis overhoop gehaald, wat later nog eens gebeurde. Mevrouw werd hierbij duidelijk gemaakt dat zij persoonlijk verantwoordelijk werd gehouden voor de activiteiten van haar man.
Een aantal maanden later, toen zij bij haar familie was voor een feestdag, werd er een overval gepleegd op het huis van haar ouders door de rebellen (collega's van haar man dus) en werd zij meegevoerd, de bergen in, waar zij werd verkracht en mishandeld en voor dood achtergelaten. Zij is hierbij bewusteloos geraakt en kwam bij in een ziekenhuis, waar zij nog een week moest blijven. Zij heeft hier nog steeds littekens van en fysieke klachten. Mevrouw S. was erg bang en heeft zich hierna niet meer buiten haar huis durven te vertonen, ook vanwege de schande dit te hebben meegemaakt als moslimvrouw.
In 1999 stelde president Bouteflika een amnestieregeling voor, voor onder anderen leden van de gewapende tak van de FIS, als zij hun wapens zouden inleveren. Na het aflopen van het ultimatum hiervan werd de druk op de overgebleven leden van de gewapende tak van de FIS verergerd en namen de aanvallen in de bergen weer toe. Ook werd er weer een huiszoeking gedaan, waarbij mevrouw S. werd geïntimideerd en ondervraagd om informatie los te krijgen over haar man, van wie zij al die tijd niets meer had vernomen. Aangezien mevrouw S. in slechte omstandigheden verkeerde - zij was erg bang voor de autoriteiten en de rebellen (onder wie haar man) - besloot haar vader haar te helpen om te vluchten.
Mevrouw is in 2000 in Nederland aangekomen en heeft ongeveer een halfjaar in een asielzoekerscentrum gezeten. Hierna heeft zij bij diverse mensen, met wie zij bevriend is geraakt, onderdak gekregen. Aanvankelijk had zij geen identiteitspapieren bij zich, maar via bemiddeling van Algerijnse mensen met een verblijfsstatus heeft zij een (inmiddels verlopen) identiteitskaart, een stemkaart en een geboorteakte kunnen bemachtigen. Ondanks het bezit van identiteitspapieren en de verklaring van een psychiater dat zij vanwege ernstige psychische klachten behandeld moet worden in Nederland is ook haar tweede asielaanvraag afgewezen. Op dit moment loopt alleen nog een aanvraag voor een generaal pardon (aangezien zij al bijna zes jaar in Nederland is) waar nog geen reactie op is gekomen.
Mevrouw S. heeft inmiddels geen recht meer op zakgeld, heeft geen behuizing en logeert telkens bij andere mensen. Ook heeft zij geen ziekenfondsverzekering meer, waardoor de hulpverlening van huisarts en psychiater is gestopt. Zij heeft nog steeds veel fysieke klachten, als overblijfsel van de verkrachting en mishandeling, en ernstige depressieve en posttraumatische stressklachten.
De IND geeft als advies dat mevrouw S. in een grote stad in Algerije vrouwenhulpverlening moet zoeken en gaat er niet van uit dat zij gevaar loopt in haar land. Zij zien de verkrachting en mishandeling als toeval en noemen ook het feit dat zij niet direct hierna het land uit is gevlucht een reden dat zij eigenlijk geen gevaar loopt in Algerije. Hierbij gaan zij voorbij aan het feit dat mevrouw door zowel de autoriteiten als de rebellen is bedreigd en als vrouw geen kant op kan, aangezien vrouwen uit haar omgeving niet alleen over straat mogen en hierdoor dus zeer moeilijk zonder de hulp van een man kunnen vluchten.
Schrijnende verhalen, deel 2: mijnheer S.I.
Mijnheer S.I. is een 45-jarige Koerd uit Azerbeidzjan, die al ruim zeven jaar in Nederland is. In 1992 is zijn huis (en het hele dorp) vernield door het Armeense leger, zijn zijn twee kinderen vermoord en is zijn vrouw gevlucht. Bij dit Azerbeidzjaanse-Armeense ‘conflict’ zijn 613 mensen vermoord. Er zijn 1275 mensen gevangen genomen en 150 mensen verdwenen. Mijnheer S.I. was destijds niet ter plekke omdat hij in militaire dienst was. Omdat gedreigd werd dat hijzelf en zijn vrouw ook vermoord zouden worden, vanwege vermeende steun aan de Armeniërs (zijn vrouw is Armeense) is hij gevlucht naar Rusland. Zijn vrouw was al eerder gevlucht. Hij is zes jaar in Rusland gebleven totdat hij vernam dat hij gezocht werd. Er is een opsporingsbevel uitgevaardigd voor levenslange gevangenisstraf, waarbij mijnheer S.I. beschuldigd werd van desertie, waardoor veel onschuldige burgers de dood zouden hebben gevonden. Hierop is mijnheer S.I. in 1998 naar Nederland gevlucht. Bij aankomst in Nederland heeft hij zijn vrouw teruggevonden, die ook naar Nederland was gevlucht. Na enige tijd heeft hij echter het contact met haar weer verloren, waarschijnlijk vanwege de ernstige verwardheid van zijn vrouw en het feit dat zij niet in hetzelfde asielzoekerscentrum konden verblijven. Tot op heden heeft hij haar ondanks allerlei zoekacties niet teruggevonden. Van de zeven jaar dat mijnheer S.I. al in Nederland is, heeft hij in totaal maar ongeveer vijf maanden opvang gehad, in twee asielzoekerscentra. Een groot deel van de tijd heeft hij op straat geleefd, waarbij hij van tijd tot tijd steun en eten kreeg van Turkse mensen. Sinds enige tijd woont hij bij een Turkse student in huis.
Wat betreft zijn status heeft hij in 1998 een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning voor asiel aangevraagd, die datzelfde jaar werd afgewezen. Hiertegen is beroep ingediend, dat in 2003 ongegrond is verklaard. In 2005 is een nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend, op medische gronden, die direct is afgewezen.
In datzelfde jaar is een aanvraag ingediend voor een generaal pardon vanwege humanitaire gronden. Deze is niet toegewezen. Afgelopen februari is het bezwaar tegen de eerdere beschikking van de IND afgewezen en is aangegeven dat mijnheer S.I. binnen 28 dagen het land moet verlaten. Hierop is ten slotte een hoger beroep ingediend door zijn advocaat.
De Nederlandse autoriteiten hebben al tot twee keer toe geprobeerd hem uit te zetten, wat niet is gelukt omdat het niet mogelijk is om een laissez-passer te krijgen voor Azerbeidzjan zonder geldig legitimatiebewijs. Mijnheer S.I. heeft geen familie meer in Azerbeidzjan om hem te helpen om aan legitimatiepapieren te kunnen komen, dus is hij eigenlijk niet uitzetbaar.
Deze situatie doet mijnheer S.I. geen goed. Hij is doorgaans erg gespannen, piekert veel over zijn vrouw en kinderen, is erg vergeetachtig en kan zich moeilijk ergens op concentreren. Hij is erg somber, heeft nergens plezier in, is in de war en heeft last van herbelevingen. Hij is af en toe zo somber dat hij nadenkt over de dood. Bovendien heeft hij vaak het gevoel dat hij geluiden en stemmen hoort. Ook heeft hij regelmatig het gevoel dat er iemand achter hem staat die hem roept. Een aantal keren heeft hij het gevoel gehad dat hij zijn tong had ingeslikt, dat zijn keel werd doorgesneden. Hij zag bloed en dacht dat hij dood was. Mijnheer S.I. ervaart dit als heel echt. Verder heeft mijnheer S.I. veel slaapproblemen. Hij ligt het grootste deel van de nacht wakker en heeft veel moeite om in te slapen. Ook heeft hij veel last van nachtmerries, waarbij hij schreeuwend en huilend wakker wordt en weer heel moeilijk in slaap kan komen. Daarbij komt dat mijnheer S.I. erg weinig eetlust heeft en zichzelf moet dwingen om iets te eten. Mijnheer S.I. geeft aan moeilijk de dag door te komen. Hij wandelt af en toe een stukje, maar krijgt hierbij snel het gevoel dat hij achtervolgd wordt en dat iemand hem roept. Verder geeft hij aan dat hij geen sociale contacten heeft of iemand bij wie hij terecht kan.
Wat betreft fysieke klachten heeft mijnheer S.I. al jarenlang last van pijn in zijn rug en zijn benen, waardoor hij moeilijk kan lopen. Ook heeft hij pijn in zijn nek en schouders, een doof gevoel in zijn arm en last van zijn gewrichten. Verder heeft hij vaak last van hartkloppingen, benauwdheid en pijn op de borst, waarbij hij bij toenemende spanning ook uitstraling van de pijn heeft naar zijn linkerarm en een gevoel van misselijkheid. Hiernaast ziet hij slecht, waardoor hij af en toe ergens tegen aan loopt en verliest hij sinds enige tijd bloed bij zijn urine. Deze mijnheer verdient mijns inziens een veilige woonplek en behandeling van zijn klachten.