Door Cornelieke Keizer
Na zes jaar onzekerheid heeft de familie Fernandez besloten elders een nieuwe toekomst op te bouwen. Niet in hun land van herkomst, Angola, waar de helft van hun familie is vermoord of verkracht wegens politieke activiteiten. Maar in Zuid-Afrika.
De avond voordat ze vertrekken, ga ik nog even langs. Een leeg huis. De Angolese familie in hun zondagse outfit, want die ochtend hebben ze afscheid genomen van alle vrienden die ze de afgelopen zes jaar in een kerk in Den Haag hebben gemaakt. Schalen met eten vullen de enige overgebleven koffietafel. Al gaan ze de volgende dag een nieuwe en onzekere toekomst tegemoet, gasten krijgen zelfs op dit moment nog de lekkerste hapjes voorgeschoteld. Elton, de jongste in het gezin, nu zeven jaar oud, sluit zich af voor de nieuwe wending in zijn leven. Uitgelaten vertelt hij over zijn karatelessen op school en dat hij volgende week vrijdag weer samen met zijn vriendjes gaat oefenen. Op de opmerking van Sonia, zijn 22-jarige tante, dat ze dan in Zuid-Afrika zullen zijn, reageert hij niet.
Na zes jaar onzekerheid heeft de familie Fernandez besloten een nieuwe toekomst op te bouwen in Zuid-Afrika. Natuurlijk gaan ze niet terug naar Angola, het land waar de helft van hun familie is vermoord of verkracht wegens de politieke activiteiten van Sonia's moeder. De vertrekpremie die de Nederlandse regering ter beschikking stelt, weigeren ze. De volgende ochtend vroeg vertrekken ze met twee auto's. Er wordt een tussenstop bij mijn ouders in Goes gemaakt, want de zeventigjarige oma van Sonia heeft drie dagen geleden nog een laatste chemokuur ondergaan wegens borstkanker in vergevorderd stadium. 's Avonds om negen uur krijg ik een telefoontje van mijn ouders uit Brussel. De familie is niet toegelaten in het vliegtuig. Omdat het toestel van Swiss Airlines een tussenlanding in Zürich maakt en omdat Zwitserland het Schengen-verdrag niet heeft ondertekend, zou dit in principe kunnen betekenen dat de familie opnieuw asiel kan aanvragen in Zwitserland. De autoriteiten willen dit risico niet lopen. De onmacht en verslagenheid zijn groot. Jarenlang hebben ze gehoopt op een nieuw bestaan in Nederland, en nu ze zich hebben neergelegd bij het feit dat het tolerante Nederland echt niet meer bestaat en de beslissing hebben genomen om weg te gaan, wordt zelfs dit hun onmogelijk gemaakt. De twee auto's zijn allang vertrokken en zeven mensen met twee keer zoveel bagage passen niet in de auto van mijn ouders. Er gaat ruim drie uur overheen voordat de familie met taxi's naar Goes vertrekt, gegeneerd als ze zich voelen om al zo lang afhankelijk te zijn van andermans hulp. Alleen Sonia weigert pertinent het vliegveld in Brussel te verlaten. Omdat ik haar het langste ken, willen mijn ouders dat ik op haar in praat. Ik schrik van de gebroken klank in haar stem. Koppig blijft ze volhouden dat als de kinderen en oma maar veilig zijn en een bed hebben, zij zich wel redt op het vliegveld. Uiteindelijk geeft ze toe nadat ik haar op het hart heb gedrukt dat ze alleen voor haar familie kan zorgen als ze zelf ook rust neemt.
Er volgt een week in Goes waar het ene plan na het andere wordt uitgedacht, half wordt uitgevoerd en verworpen: de route die ze willen volgen, blijkt te riskant. Een week later vertrekken ze dan toch echt. Er komt een berichtje dat ze veilig zijn aangekomen in Zuid-Afrika en dat het goed gaat. Een week later wordt de oma van Sonia in comateuze toestand opgenomen in een ziekenhuis bij Johannesburg. Alsof ze heeft gewacht om te sterven in een land waar ze nog wel welkom is.