Verdonk passeert met Syriërs grens van het toelaatbare
Door prof. dr. P. Boeles, Nederlands Dagblad, 15 maart 2006
Minister Verdonk passeert bij de uitzetting van uitgeprocedeerde Syrische vluchtelingen de grens van het toelaatbare. Volgens prof. Boeles mag de Tweede Kamer, van welke politieke signatuur ook, dit niet laten gebeuren.In de kritiek op het beleid van minister Verdonk zijn alle superlatieven al gebruikt, zonder merkbare schade aan haar reputatie bij degenen die haar uitbundig loven wegens haar daadkrachtige uitzettingsbeleid. Het lijkt of alles mag, zolang het maar leidt tot uitzetting van vreemdelingen. In de kwestie rond de uitzetting van uitgeprocedeerde Syrische vluchtelingen verkent mevrouw Verdonk een nieuwe grens. Zij heeft de overheid waarvoor de Syriërs waren gevlucht in staat gesteld zich in Nederland van bijzonderheden van deze asielzoekers op de hoogte te stellen. Zij is met dit beleid naar mijn mening definitief de grens van het toelaatbare gepasseerd. Waarom?
Het gaat hier niet om incidentele fouten, zoals nog kon worden volgehouden ten aanzien van de uitzettingen naar Congo waar de minister wegkwam door haar excuses aan te bieden. Hier gaat het om een bewust beleid van de minister waarvan het effect is dat mensen met lok- en dreigmiddelen door de Nederlandse overheid ertoe worden gebracht in Nederlandse kantoorruimte en ten volle gefaciliteerd door de Nederlandse overheid, te worden ondervraagd door juist die autoriteiten uit hun eigen land door wie de asielzoekers zich bedreigd voelen.
Bewust beleid
Bewust beleid. Het terugkeerbeleid rust op het beginsel dat uitgeprocedeerde asielzoekers hun uitkering en huisvesting kunnen behouden zolang zij aan uitzetting meewerken. De Raad van State legt dit zeer strikt uit. Alleen volledige medewerking wordt geaccepteerd. 'Ja, maar' is fataal. De consequentie is dat de betrokken asielzoeker geen opvang (geen uitkering, geen huisvesting) meer krijgt.
Lok-en dreigmiddelen
De betrokken Syriërs worden bedreigd met verlies van opvang als zij niet ten volle meewerken en zij worden gelokt met het vooruitzicht op een verblijfsvergunning ,,als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken'' indien ondanks hun volle medewerking zou blijken dat terugkeer niet mogelijk is. Verder is de uitnodiging om aan het gesprek met de Syrische overheidsvertegenwoordigers deel te nemen verre van vrijblijvend. De uitgeprocedeerde asielzoekers zijn 'gevorderd' om de afspraak bij te wonen onder aanzegging dat het niet voldoen aan de vordering strafbaar is. Als de minister in de toekomst een flyertje uitdeelt waarin staat dat zij niet verplicht zijn te antwoorden, zal het gewicht daarvan in deze context te verwaarlozen zijn.
Kantoorruimte en facilitering van de Nederlandse overheid
Op zich is het aan buitenlandse mogendheden toegestaan in hun eigen ambassades op Nederlands grondgebied te doen en te laten wat zij willen. Maar hier gaat het om een buitenlandse delegatie die door Nederland was uitgenodigd om in een kantoorruimte van de Nederlandse overheid vrijelijk de door de Nederlandse overheid aangeleverde asielzoekers te bevragen. Volgens een antwoord van de minister op vragen van Amnesty International is de Syrische delegatie niet meegedeeld dat zij geen vragen mocht stellen ten aanzien van een mogelijk asielverzoek of de plaats waar de Syrische vreemdelingen in Nederland verblijven. Het lijkt mij naïef te veronderstellen dat de Syrische delegatie niet van meet af aan zou hebben geweten dat het om uitgeprocedeerde asielzoekers gaat.
Autoriteiten aan wie zij waren ontvlucht
Ik zou niet weten op welke juridische grond minister Verdonk beslissende invloed zou kunnen uitoefenen op de samenstelling van de Syrische delegatie die met de asielzoekers praat. Los daarvan lijkt het mij voor haar praktisch haast onmogelijk te voorkomen dat er ambtenaren, militairen of leden van de geheime dienst in zitten die voor de betrokken asielzoekers gevaarlijk kunnen zijn. Mevrouw Verdonk heeft aldus een onaanvaardbaar risico genomen. Blijkens de verslagen die de betrokkenen van hun gesprek hebben opgesteld, stelden de Syrische delegatieleden zich voor met hun militaire rang. Een van hen zou zijn geïdentificeerd als een lid van de Syrische geheime dienst, voorheen betrokken bij een politieke gevangenis.
Verwerpelijk
Waarom is dit beleid verwerpelijk? Het is lange tijd goed gebruik geweest mensen van wie het asielverzoek was afgewezen ervoor te beschermen dat hun overheid van hun asielpoging op de hoogte zou komen. Daarvoor zijn twee goede redenen aan te voeren.
Ten eerste kun je er nooit helemaal zeker van zijn dat een asielverzoek terecht is afgewezen. Het kan dus alleen al daarom voor de betrokkene gevaarlijk zijn de overheid van het vluchtland van een asielpoging op de hoogte te stellen. Het komt in Nederlandse asielprocedures vaak voor dat een asielverzoek wordt afgewezen omdat niet aannemelijk wordt geacht dat de gevaarlijke activiteiten van de betrokkene ter kennis van zijn autoriteiten waren gekomen. Als die autoriteiten door Nederland over de asielpoging worden ingelicht, zouden ze daar alsnog achter kunnen komen.
Ten tweede komt het voor dat regimes het enkele feit dat hun burgers elders asiel zoeken - en dus extern kritiek op het bewind uiten - als staatsgevaarlijk aanmerken. Het hoort bij de verantwoordelijkheid van een land waar asielzoekers bescherming zoeken om die bescherming uit te strekken tot de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
In dit geval gaat het, zoals gezegd, niet om slordigheid maar om een bewust beleid om uitgeprocedeerde Syrische asielzoekers in de handen van hun vervolgers te brengen. Dit mag de Tweede Kamer, van welke politieke signatuur ook, niet laten passeren.
Prof. dr. P. Boeles is hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit Leiden.