Mensenrechten à la Verdonk
Peter Abspoel over mensenrechten en asielbeleid op de opiniepagina van de Volkskrant, Forum 16 maart.
De Raad van Europa stelt vast dat minister Verdonk zich niet houdt aan de mensenrechtenverdragen, maar zij trekt zich van de kritiek niets aan, tot grote verbijstering van Peter Abspoel van VON (Vreemdelingen Organisaties Nederland).
Minister Verdonk maak je niets wijs over mensenrechten. Ze weet namelijk waarvoor mensenrechtenverdragen eigenlijk dienen, en waarvoor niet. Ze dienen er in elk geval niet voor, volgens haar, om uitgeprocedeerde asielzoekers grond onder de voeten te geven, hoe lang ze ook in Nederland zijn. Als ze af en toe toch een verblijfsstatus geeft aan een 'schrijnend geval', dan doet ze dat krachtens haar bijzondere (discretionaire) bevoegdheid, dus uit de goedheid van haar hart, en niet om tegemoet te komen aan de eisen van wie dan ook.
Vandaar dat de minister op 26 januari, op bezoek bij de Raad van Europa, met de haar eigen stelligheid beweerde: 'Ons beleid is volledig gebaseerd op en in overeenstemming met internationale normen en verdragen (zoals het Vluchtelingenverdrag van Genève en natuurlijk het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens).'
De Raad van Europa vond dat minder 'natuurlijk'. De toezichthouder op de naleving van mensenrechten in Europa vond het nodig het Nederlandse uitzettingsbeleid voor lang in Nederland verblijvende asielzoekers tegen het licht te houden. Bij de zitting die minister Verdonk bijwoonde, lag er een rapport voor, geschreven door de Zwitserse parlementariër Rosmarie Zapfl-Helbling, en een resolutie die zonder tegenstem zou worden aangenomen.
De strekking van beide stukken is dat Nederland te ver is gegaan in zijn pogingen asielzoekers af te schrikken. Kinderen gevangenzetten om ze te kunnen uitzetten, mensen uitzetten naar onveilige landen, in Nederland gewortelde kinderen dwingen te vertrekken, mensen op straat zetten zonder voorzieningen - dit zijn dingen die niet door de beugel kunnen.
Zapfl-Helbling zegt bezorgd te zijn omdat uitgeprocedeerden 'worden gedwongen te leven onder onmenselijke en onaanvaardbare omstandigheden, die in strijd kunnen zijn met onder andere artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.'
In de resolutie dringt de Raad aan op 'een in de wet geregelde procedure, voor die uitgeprocedeerde asielzoekers die sterke banden hebben met Nederland, zoals kinderen die er zijn geboren of opgegroeid, of uitgeprocedeerde asielzoekers die lange tijd in het land hebben gewoond en er inmiddels zijn geïntegreerd.' Een pardonregeling wordt aanbevolen. Dit betekent dat zelfs mensen wie eigenlijk het recht toekomt hier te blijven, worden onderworpen aan een behandeling die als 'onmenselijke en vernederend' kan worden gekwalificeerd.
Tijdens de discussie werd de minister eraan herinnerd dat ze het kinderrechtenverdrag onjuist interpreteerde: het stond haar niet toe kinderen te straffen vanwege de situatie of daden van hun ouders. Ze moest hún belang voor ogen houden.
Haar reactie was verbijsterend. Ze zei dat zij ook de voorkeur gaf aan vrijwillig vertrek, omdat kinderen dan in staat zouden zijn afscheid te nemen van schoolkameraadjes, en hun ouders van vrienden die ze 'in de loop van de jaren' hadden gemaakt. Zo wil zij kinderen belonen voor hun medewerking aan een beleid dat hun rechten schendt.
Hoe minister Verdonk terugkijkt op de gebeurtenissen, blijkt uit een dagboek dat zij publiceerde in het Justitie Magazine van februari. 'Naar de Raad van Europa in Straatsburg om een toelichting te geven op het Nederlandse asiel- en terugkeerbeleid. Dit naar aanleiding van een positief rapport van rapporteur Zapfl-Helbing (sic) over het asielbeleid in Nederland.'
'Een positief rapport'! De Raad van Europa voegt zelfs punten toe aan de kritiek die de minister al jarenlang van oppositiepartijen, mensenrechtenorganisaties en activisten hoort. Eerder heeft ze die kritiek nooit positief genoemd.
Hoe moeten we haar woorden duiden Is het een afleidingsmanoeuvre Wil ze lezers van haar dagboek ontmoedigen om zich in de uitspraken van de Raad te verdiepen Of vindt ze het positief dat het Nederlandse uitzettingsbeleid op gespannen voet staat met internationale mensenrechtenverdragen.
Het is moeilijk voor te stellen dat ze dat openlijk zou zeggen. Haar vorm van populisme komt neer op het laten doorschemeren van haar onvrede met rechtsregels en mensenrechten. Ze suggereert: als ik mijn handen vrij had, dan zou ik het wel weten. Zo schetst ze de contouren van een beleid waarvan ze droomt, maar dat ze slechts ten dele in praktijk kan brengen.
Zeggen dat je een rapport positief vindt, is natuurlijk ook een manier om te zeggen dat je er niets mee gaat doen. De duizenden asielzoekers die in Nederland zijn gestrand, die al vele jaren bijna letterlijk geen leven hebben, en hun kinderen die in Nederland zijn geboren of opgegroeid, ze moeten het hiermee doen. De minister weet waar zij recht op hebben, wat de Raad van Europa en anderen ook beweren.
De minister antwoordt indirect op de kritiek door het besluit te nemen Congolezen terug te sturen, en door met de hulp van schimmige diensten de uitzetting van (voornamelijk christelijke en Koerdische) Syriërs te stroomlijnen. Zij antwoordt ook door gemeenten die proberen datgene doen waartoe de Raad van Europa heeft opgeroepen - voorkomen dat asielzoekers buiten alle vangnetten vallen - op het matje te roepen.
Ik heb het al bij diverse gelegenheden gezegd, en voel me nu gesteund door de Raad van Europa als ik het zeg: als de minister dit beleid wil doorzetten, kan ze beter openlijk zeggen dat ze zich niets gelegen laat liggen aan mensenrechtenverdragen. Dan weten de vluchtelingen waar ze aan toe zijn. En dan hoeft de uitzichtloze situatie waarin vele asielzoekers zijn beland niet meer tegen hen gebruikt te worden, als een 'bewijs' dat ze allemaal profiteurs of leugenaars zijn.
Peter Abspoel werkt bij Vluchtelingen-Organisaties Nederland en is initiatiefnemer van de monitoringsite HetGevolg.nl