Verdonkmonologen

De Verdonkmonologen

In NRC Handelsblad (1 maart 2006) merkt Taïda Pasic op dat minister Verdonk een prestigestrijd uitvecht en louter haar gelijk wil halen: ‘Dit gaat helemaal niet meer om mij. Het gaat om haar. Zij moet winnen en wil geen gezichtsverlies lijden.’ Schrijfster Esther Gerritsen signaleert hetzelfde.

‘Als ik Rita Verdonk op toneel zou moeten verbeelden zou ik haar helemaal geen tegenspeler geven. Het zou een monoloog worden. Een verzonnen strijd, van iemand die gewaagd is aan zichzelf.’ Dit schrijft de toneel- en romanschrijfster Esther Gerritsen in haar column in Bulletin 14 (2006, Theater Instituut Nederland).

Wordt Verdonk vaak omschreven als een lerares die geen orde kan houden en daarom steeds wilder om zich heen gaat slaan, Gerritsen geeft een andere analyse. Als maatstaf voor het schrijven van een toneeltekst hanteert ze de vraag of de personages aan elkaar gewaagd zijn. Het is een maatstaf die zij momenteel ook langs andere, realistische verschijnselen legt. ‘Hoeveel gelijkwaardige gevechten zie ik om mij heen?’

Vooral de gevechten die berusten op een misverstand, hebben de interesse van Gerritsen De ene partij denkt niet gelijkwaardig te zijn aan de andere. Die mensen ervaren zichzelf nooit als dader en blijven steken in hun vermeende slachtofferschap. Wanneer deze mensen zich ‘verweren’ kunnen ze als bulldozers over anderen heen gaan, onder het mom van ‘Wij laten niet met ons sollen’. Volgens Gerritsen heeft de hele Nederlandse regering collectief last van dit gevoel. ‘Neem het asielbeleid. Dat tegenwoordig het strengste is van Europa en dat wordt bekritiseerd door internationale mensenrechtenorganisaties. Maar ondertussen blijft de regering, in discussies over dit beleid, klinken als een stel angstige, boze mensen die zich moeten verweren.’

Verdonk bijvoorbeeld. De strijd tussen Verdonk en haar asielzoekers lijkt oneerlijk. Maar Verdonks fanatisme doet anders vermoeden. Zij denkt wel dat het om een strijd gaat waarbij de partijen aan elkaar gewaagd zijn. Gerritsen: ‘Toen enkele Congolezen mogelijk gevaar liepen na terugkeer in eigen land, door een administratieve fout van de IND, ging zij dan ook met open vizier de strijd aan. Tot op de bodem zou ze het uitzoeken en zichzelf verdedigen. Alsof er sprake was van een gelijkwaardige strijd. Ze zei niet: “We moeten onmiddellijk uitzoeken of deze mensen geen gevaar lopen, of het goed met hen gaat.” Nee, ze ging onmiddellijk uitzoeken of ze een verwijsbare fout had gemaakt.’

Dát is het misverstand van Rita Verdonk. In plaats van haar intelligentie en inzicht te gebruiken waant ze zich in een strijd tussen gelijkwaardige partijen, tussen partijen die aan elkaar gewaagd zijn. Maar in werkelijkheid is het een ’verzonnen strijd’, een ‘monoloog’. (TvdK)